Verdere toelichting en woordenlijst

Verdere toelichting

Korte historiek van de kadastrale perceelsplannen

Ontstaan van de kadastrale perceelsplannen.
In opdracht van Napoleon Bonaparte werd in 1808 de opmeting van de kadastrale perceelskaarten in de Nederlanden opgestart. Voor de Stad Brugge, het huidige stadscentrum, werden de opmetingen in juni 1811 opgestart. Vier landmeters stonden in voor het opmeten en in kaart brengen van de kadastrale percelen, met name de heren E. Dabencourt, F. Gerbaulet, J.-B. Maurel en Vasseur. In mei 1812 was de gehele stad reeds in kaart gebracht.

De Stad Brugge werd in 6 kadastrale secties ingedeeld van A tot F. Deze indeling was gebaseerd op de middeleeuwse stadsindeling, met name de "zestendelen". De kadastrale perceelsplannen zelf, werden opgesplitst in 20 kaartbladen waarbij de kaarten ingetekend werden op een schaal 1/1000.

Door de steendrukker en oud controleur bij het kadaster P.C. Popp, werden de kadastrale perceelsplannen in 1854 gegroepeerd tot de zogenaamde “atlas cadastral” bestaande uit 10 kaartbladen elk op schaal 1/1000. Van deze atlas werden lithografische afdrukken gemaakt, met de bedoeling om deze zogenaamde "Poppkaarten" aan de geïnteresseerden te verkopen. Een tweede herziene versie van de "atlas cadastral", werd in 1865 uitgegeven.

Opgenomen kaarten in het geo-loket "www.huizenonderzoekbrugge.be".
De primitieve plannen:
Het stadsbestuur Brugge beschikt over drie verschillende stadia van de primitieve plannen, die in verschillende jaargangen vervaardigd werden, namelijk:
Deze serie kadastrale kaarten uit de 19e eeuw werden in de periode 1999-2004 door gespecialiseerde restaurateurs behoedzaam gerestaureerd. Na de restauratie van de kaarten, werden deze ingescand en gegeorefereerd volgens het coördinatenstelsel Lambert-72. Dankzij deze ingescande rasterkaarten kunnen de 19de-eeuwse kadastrale kaarten nu digitaal geconsulteerd en afgedrukt worden. Bij het georefereren van de 19de-eeuwse kadasterkaarten werd de KadScan2 van het OC-GisVlaanderen als referentiekaart gebruikt.

Noot: deze originele kadastrale plannen werden in tweevoud opgemaakt, waarvan één kaartenset werd neergelegd in de betrokken gemeente (volgens het KB van 26.07.1877) en één kaartenset is in eigendom van de Administratie van het Kadaster (momenteel deel uitmakend van de FOD Financiën – Patrimoniumdocumentatie). Voor raadpleging van de originele kaartensets, en het verkrijgen van uittreksels van de kadastrale bescheiden, kan men zich wenden tot de FOD Financiën – Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.

De 'Poppkaarten' Het stadsbestuur beschikt ook over een aantal exemplaren van de zogenaamde "Poppkaarten" 1854 en 1865. Van de versie uit 1865 werd een scan gemaakt, waarna deze kaarten gegeorefereerd werden. Het is deze versie die op het geo-loket kan geconsulteerd worden.

Korte toelichting over de Zestendelen

In de registers van de Zestendelen werd vanaf 1580 per huis alle informatie opgetekend over de opeenvolgende eigenaars en de hypotheken die op elk huis rustten. Deze registers werden bijgehouden tot het eind van de 18e eeuw. Ze vormen het oud kadaster van Brugge, een unieke bron voor het Brugse historisch huizenonderzoek. Deze prekadastrale gegevens werden bijgehouden per zestendeel, dit was een bestuurlijke indeling in zes stadskwartieren.

Op 21 november 1579 werd bij Hallengebod bekendgemaakt dat voortaan alle transporten van en lasten op onroerende goederen dienden te worden geregistreerd. Dit was niet het gevolg van een koninklijk plakkaat van 7 oktober, zoals vroeger foutief werd aangenomen, maar het ging om een eigen initiatief van het Calvinistisch stadsbestuur (1578-1584). Het is duidelijk dat dit recente bestuur met nieuwe regels hun gezag wilde vestigen. Met deze beslissing wilde men een eind maken aan de vele ongeregeldheden op dat vlak: “omme te verhoeden het groot bedroch ende fraude int vercoopen ende belasten vande huusen”. Zo was het schering en inslag dat bij de verkoop van een huis de renten of hypotheken werden verzwegen. Met de aanleg van de registers van de Zestendelen poogde men in een woelige periode de rechtszekerheid omtrent een eigendom te waarborgen. Daarnaast creëerde het stadsmagistraat met deze registers een uitstekend werkinstrument om tot een betere inning te komen van verschillende belastingen op de huurwaarde of de verkoopprijs van huizen.

De opmaak
Binnen ieder zestendeel kreeg elk huis, molen of heester een genummerde bladzijde in het register. De opsomming van de opeenvolgende gebouwen en gronden gebeurde op basis van de “cirkels”: dit waren wijken binnen elk zestendeel, in totaal 119, die bestonden uit een aantal straten of delen van straten. Bovenaan het blad wordt het huis gesitueerd met verwijzing naar de straat en straatzijde en met vermelding van de toen gekende eigenaar en van de eventuele huisnaam. Daaronder volgt dan de chronologische opsomming van alle akten van verkoop, schenking, inbeslagneming of hypotheek betreffende dit pand. Was een bladzijde volgeschreven, dan ging men verder op het eerstvolgende nog onbeschreven blad met verwijzing van de ene naar de ander bladzijde. Op deze wijze kan men de ontwikkeling van elk huis volgen door de verschillende bladzijden van de registers en een periode van meer dan 200 jaar huizengeschiedenis door te bladeren.

Elke inschrijving biedt belangrijke informatie over het gebouw, de bewoners en/of de eigenaars. De gegevens handelen hoofdzakelijk over het eigendomsrecht, maar soms ook over de bouwfysische toestand, zoals een overeenkomst met het buurhuis i.v.m. een gemeenschappelijke muur of aysement (toilet). Naast de datum wordt van elke inschrijving een beknopte inhoud van de akte gegeven met de namen van de verschillende partijen (verkopers en kopers) en de aard van de overeenkomst (verkoop, schenking, …). Ook de naam van de klerk van de Vierschaar, die deze akte heeft verleden, wordt vermeld. Met deze naam en datum kan men in de bewaard gebleven protocollen van deze klerken de akte in haar geheel terugvinden.

Materiële gegevens en ontsluiting
Stadsarchief Brugge, Oud Archief, Reeks 138, Registers van de Zestendelen, 1580 - eind 18e eeuw. Deze reeks omvat 126 registers met lederen band. Daarvan zijn 98 registers bestemd voor de zes stadsdelen, 8 registers voor de gronden en gebouwen buiten de stadsomwalling maar binnen de palen van de stad, 1 register voor de fortificatielanden (de eigendommen langsheen de omwalling), en ten slotte 19 registers die 18de-eeuwse kopieën zijn van de originele registers van het Sint-Jans- en Carmerszestendeel. Omdat deze bron veelvuldig wordt geraadpleegd, is er in de leeszaal naast een kopie op microfilm ook een digitale versie van deze registers beschikbaar. Voormalig stadsarchivaris L. Gilliodts-van Severen maakte eind 19e eeuw een toegang op de gegevens van 1580 in: Les Régistres des ‘Zestendeelen’ ou le cadastre de la ville de Bruges de l’année 1580 (1894). In 1995 is een ontsluitingsproject met vrijwilligers opgestart (Werkgroep Enter) onder de vleugels van de vzw Levend Archief, die alle gegevens van de huizen verwerkt in een databank.

Verklarende woordenlijst